Binnenkort stemt het Europees Parlement over een groot aantal (compromis) amendementen op artikel 20 van de ontwerpverordening dataprotectie. Een hoogstwaarschijnlijk door de Europese Commissie onvoorziene consequentie hiervan kan zijn dat scholen daardoor niet langer onderwijs op maat kunnen bieden. De GEU heeft een aantal zorgen bij de diverse voorgestelde bepalingen rond ‘profiling’.

In toenemende mate wordt gebruikgemaakt van digitale leermiddelen, in de vorm van lesmateriaal en toetsen/opgaven die de leerling online kan invullen. De uitgeverij krijgt als aanbieder van dit materiaal inzicht in de voortgang en prestaties van de leerling en deelt deze informatie met de leraar. Zo is het mogelijk adaptief en gepersonaliseerd lesmateriaal aan te bieden dat het beste aansluit bij de leerling. Ook kunnen docenten dankzij inzicht in de digitale leeromgeving beter multi-interpretabel gedrag van leerlingen inschatten. Dit gebruik van leerlinginformatie is een sterk toenemende wens van scholen, omdat het veel meer mogelijkheden biedt om de leerprestaties van leerlingen te vergroten. De Europese kenniseconomie plukt hier ook de vruchten van.

Hoewel binnen de educatieve uitgeverij gebruikgemaakt kan worden van pseudoniemen en de uitgeverij dan niet weet om welke personen het precies gaat, worden dit soort gegevens vermoedelijk wel aangemerkt als persoonsgegevens in de (ruime) zin van de verordening dataprotectie; de school weet tenslotte wel precies om welke leerling het gaat omdat het anders onmogelijk zou zijn elke leerling op maat te bedienen. De verordening dataprotectie lijkt elke vorm van profiling van kinderen echter geheel te verbieden, zelfs wanneer de ouders toestemming verlenen en gebruik van de gegevens geen enkel commercieel doeleinde heeft en louter is gericht op verbetering van de schoolprestaties.

Als de interpretatie correct is, dan zou het zorgvuldige en nuttige gebruik van persoonsgegevens zoals hierboven omschreven straks niet meer zijn toegestaan. Op scholen moet dan noodgedwongen weer gewerkt gaan worden volgens het principe ‘one size fits all’. Een uitzondering voor dit gebruik van leerlinggegevens in de verordening is dan ook zeer wenselijk.