Op de pagina met veelgestelde vragen over privacy gaan educatieve uitgeverijen in op vragen in de berichtgeving over de privacy van leerlingen en digitale leermiddelen in het primair onderwijs, en wordt bijvoorbeeld beantwoord hoe en waarom gegevens worden gebruikt binnen leermiddelen.

De GEU vindt het van groot belang dat de privacy van leerlingen en leerkrachten te allen tijde goed gewaarborgd is. Privacy in relatie tot leermiddelen is dan ook een van onze belangrijkste aandachtsgebieden. Het werken met digitale leermiddelen is alleen mogelijk wanneer de privacy van zowel leerling als leerkracht gegarandeerd is.

Basispoort

Basispoort is een systeem dat het mogelijk maakt dat leerlingen kunnen inloggen op leermiddelen van educatieve uitgeverijen met maar één gebruikersnaam en wachtwoord. Op deze manier hoeven leerlingen niet meer voor ieder vak een andere gebruikersnaam aan te maken. De GEU benadrukt dat de privacy van de leerlingen te allen tijde goed wordt gewaarborgd. De leerresultaten van de leerlingen blijven altijd binnen het domein van de school en het leermiddel. Basispoort verzamelt de leerresultaten van de leerlingen niet en geeft deze ook niet door aan derden.

Digitale leermiddelen

Scholen maken steeds vaker gebruik van digitale leermiddelen. Zij doen dit vaak als aanvulling op ander lesmateriaal, zoals (werk)boeken. De leerkracht krijgt de leerresultaten van een leerling in te zien. Het digitale leermiddel geeft dus inzage aan de leerkracht wat een leerling gedaan heeft en wat het resultaat daarvan is.

Wanneer educatieve uitgeverijen persoonsgegevens verwerken, hebben zij of de school een geldige grondslag nodig voor de verwerking van persoonsgegevens. In artikel 8 van de Wet bescherming persoonsgegevens staat een opsomming van alle mogelijke gronden die een gegevensverwerking mogelijk maken. Een verwerking van persoonsgegevens moet dus altijd op een van deze gronden gebaseerd kunnen worden. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld (1) de toestemming van de betrokkene, maar ook (2) een gerechtvaardigd belang.

Om te kunnen spreken van een rechtsgeldige toestemming in de zin van de Wbp – de eerste mogelijkheid – moet de betrokkene in vrijheid zijn wil hebben geuit. Een leerling die door de school wordt verplicht om van bepaald digitaal lesmateriaal gebruik te maken, kan niet worden geacht in vrijheid zijn toestemming te hebben gegeven. Als een ouder of leerling geen toestemming geeft, kan hij immers geen gebruik maken van het lesmateriaal dat door de school wordt gebruikt. Toestemming is om die reden geen goede grondslag voor de gegevensverwerking.

Een gegevensverwerking is echter óók gerechtvaardigd wanneer deze noodzakelijk is voor de behartiging van een gerechtvaardigd belang. Wanneer een digitaal leermiddel inzage geeft – ten behoeve van onderwijsdoeleinden – aan de leerkracht wat een leerling gedaan heeft en wat het resultaat daarvan is, is er sprake van een gerechtvaardigd belang. Het gaat hier om situaties waarin leerlingen (in de klas) zelfstandig oefeningen doen binnen het leermiddel waarin de leerkracht later inzage moet hebben. Educatieve uitgeverijen hebben daarmee een grondslag om persoonsgegevens te verwerken. Het is voor een leerkracht immers van belang om te kunnen zien wie welke opgaven heeft gemaakt en of een leerling het lesmateriaal onder de knie heeft. De GEU is dan ook van mening dat wij op grond van het gerechtvaardigd belang een goede grond hebben om de persoonsgegevens te verwerken.

Samenvattend

Zoals gezegd is privacy van leerlingen en leerkrachten voor de educatieve uitgeverijen van groot belang. De GEU is dan ook voortdurend in overleg met verschillende partijen, waaronder het Doorbraakproject Onderwijs & ICT om ervoor te zorgen dat deze privacy goed gewaarborgd is en blijft.