Educatieve uitgeverijen vinden het belangrijk om uiterst zorgvuldig en op basis van goede afspraken met persoonsgegevens van leerlingen om te gaan en hier duidelijk over te informeren. Dat stelde GEU-voorzitter Harold Rimmelzwaan gisteren in zijn bijdrage tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de privacy van leerlinggegevens.

Digitale leermiddelen zijn belangrijk voor modern onderwijs dat past in de 21e eeuw. Ze maken het onderwijs voor leerlingen aantrekkelijker en relevanter. Ze ondersteunen de leraar bij het bieden van meer maatwerk aan leerlingen; een wens die breed wordt gedeeld. “Een belangrijke voorwaarde voor het werken met digitale leermiddelen is dat de privacy van leraren en leerlingen is gewaarborgd. Omdat er sprake is van gevoelige gegevens is het belangrijk om deze gegevens optimaal te beveiligen”, zei Rimmelzwaan.

Bij de GEU aangesloten educatieve uitgeverijen verbinden zich aan het privacyreglement    dat duidelijkheid geeft aan ouders en scholen.

Rimmelzwaan lichtte toe dat de GEU en uitgeverijen zich inzetten om de privacywaarborgen in de toekomst verder te versterken. Zo werken uitgeverijen in het Doorbraakproject Onderwijs en ICT samen om het werken met een pseudoniem van leerlingen mogelijk te maken. Ook werken uitgeverijen en GEU samen met scholen en andere betrokkenen aan een convenant waarin afspraken komen over het gebruik van leerlinggegevens in het onderwijs.

Zie ook: PO-Raad: ‘Privacy kinderen samen regelen’