Leermiddelenaanbieders die zijn verenigd in de GEU, KBb-e en VDOD hebben met de PO-Raad en VO-raad een privacyconvenant opgesteld, dat regelt hoe wordt omgegaan met persoonsgegevens bij het gebruik van digitale leermiddelen en toetsen. Het convenant vertaalt voor scholen en aanbieders van leermiddelen in het primair en voortgezet onderwijs de privacyregelgeving naar de onderwijspraktijk.

‘Vooropgesteld kent het gebruik van digitale leermiddelen voor leerlingen en leerkrachten grote voordelen. Het maakt het immers mogelijk om meer maatwerk te bieden aan leerlingen, een wens die breed door scholen, de sectorraden en ook politiek gedeeld wordt in Nederland. Bij het gebruik van deze digitale leermiddelen worden vaak persoonsgegevens verwerkt. Daardoor is het mogelijk voor een leerkracht om te zien wat een leerling met de lesstof gedaan heeft en wat het resultaat daarvan is’, legt GEU-voorzitter Harold Rimmelzwaan uit. ‘Voor educatieve uitgeverijen is het belangrijk dat goede afspraken worden gemaakt over deze verwerkingen.’

Concreet staat in het nieuwe privacyconvenant uitgewerkt dat de school de kaders bepaalt voor hoe gegevens worden verwerkt. ‘Een belangrijke afspraak binnen het privacyconvenant is dat scholen en aanbieders van leermiddelen daarom bewerkersovereenkomsten aangaan. In deze overeenkomsten wordt geregeld wat scholen en aanbieders over en weer van elkaar mogen verwachten’, aldus Rimmelzwaan.

De bewerkersovereenkomsten worden tussen aanbieders en scholen vanaf komend schooljaar gebruikt. Daarnaast worden tussen de ketenpartijen nieuwe afspraken gemaakt. Rimmelzwaan: ‘We hebben naar onze mening een succesvolle route gevolgd samen met de sectorraden, distributeurs en onderwijsdienstverleners om te komen tot deze afspraken. Binnen het daarvoor opgerichte ketenplatform blijven we daarom in gesprek over de toepassing en naleving van de afspraken in praktijk.’

Zie ook: