Op 1 oktober heeft het Platform Onderwijs2032 de hoofdlijn van zijn advies over het onderwijs van de toekomst gepresenteerd, gebaseerd op een maatschappelijke dialoog, wetenschappelijke inzichten en voorbeelden uit andere landen. In december 2015 reikt het platform zijn uiteindelijke advies uit aan de staatssecretaris.

In dit hoofdlijnenadvies worden de contouren van een toekomstgericht curriculum geschetst, en komt aan bod:

  • welke kennis en vaardigheden onderdeel vormen van een evenwichtig en toekomstgericht curriculum;
  • welke kennis en vaardigheden meer en minder aandacht kunnen krijgen;
  • welke algemene ontwerpprincipes voor een vernieuwd curriculum zijn te benoemen.

Het tussenadvies laat zien dat er in hoofdlijnen een gedeeld beeld bestaat over datgene wat belangrijk is voor toekomstgericht onderwijs. Meer specifiek wordt geconcludeerd dat lesmateriaal, de toetsings- en examendruk die scholen ervaren, te veel de vrije ruimte bepalen die scholen op dit moment hebben. Scholen gebruiken de vrijheid van onderwijs nog te weinig om samenwerking tussen vakgebieden te zoeken, eigen inhoudelijke keuzes te maken en leerlingen verdieping op maat aan te bieden. Om dat te doorbreken, wordt wat het platform betreft duidelijker omschreven wat voor scholen verplichte en niet-verplichte leerstof is. Daarbij past volgens het platform een eigentijdse manier van toetsen en examineren.

Lerarenteams moeten volgens het platform verder in staat worden gesteld zogeheten curriculair leiderschap te ontwikkelen. Daarnaast zal volgens het platform het onderwijsbeleid op een meer samenhangende manier gestalte moeten krijgen. Deze visie vormt het uitgangspunt voor beleidsontwikkeling en voor afstemming tussen iedereen die bij de inhoud van het onderwijs betrokken is: leraren, schoolleiders, politiek en beleidsmakers, uitgevers, toetsontwikkelaars en de inspectie.

Lees verder op de website van het Platform Onderwijs2032.