Met de invoering van de nummervoorziening wordt een grote stap gezet in het verder borgen van de privacy van leerlingen. De nummervoorziening leidt tevens tot een efficiënt gebruik van leermiddelen en draagt eraan bij dat het onderwijs klaar is voor de uitdagingen van de toekomst. Dat schrijft staatssecretaris Dekker in zijn brief over privacy en digitale leermiddelen aan de Tweede Kamer.

Het pseudoniem, die door deze nummervoorziening gerealiseerd wordt, maakt dataminimalisatie mogelijk. Scholen hoeven alleen die gegevens nog uit te wisselen die nodig zijn voor een gebruiksvriendelijke inzet van digitale leermiddelen. Welke gegevens het precies zijn, wordt door de school bepaald, vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de zorgvuldige omgang met persoonsgegevens.

De nummervoorziening wordt onder publieke verantwoordelijkheid gebouwd door Kennisnet. Bij de invoering van de nummervoorziening zijn veel organisaties betrokken. Leveranciers van leerlinginformatiesystemen, distributeurs en aanbieders van digitale leermiddelen zullen hun systemen en werkwijze moeten aanpassen. “Dit betekent dat er zorgvuldig moet worden getest. Zodra scholen het pseudoniem gaan gebruiken moet alles foutloos functioneren. Deze zorgvuldigheid vormt de basis voor de planning”, aldus Dekker.

De planning gaat ervan uit dat met ingang van het schooljaar 2017/2018 scholen en instellingen in het po, vo en mbo gebruik kunnen maken van het pseudoniem. De invoering vindt stapsgewijs plaats.

Parallel aan het invoeringstraject van de nummervoorziening zet Dekker in op verdere invoering van de afspraken uit het privacyconvenant en het terugdringen van het aantal persoonsgegevens dat wordt uitgewisseld. Dit gebeurt onder meer in publiek-privaat overleg, waaraan de GEU actief deelneemt.

Zie ook: “Privacy in onderwijs steeds verder verstevigd” (PO-Raad).