Op 1 oktober 2015 presenteerde het platform Onderwijs2032 de hoofdlijnen van haar conceptadvies over de toekomst van het primair en het voortgezet onderwijs in Nederland. De GEU heeft haar reactie op dit advies aan het platform gestuurd.

De GEU vindt dat het Hoofdlijnadvies veel perspectieven op het onderwerp verenigt. De leden van de GEU herkennen de tendens en aandachtsgebieden die geschetst worden uit eigen contacten met scholen en andere betrokkenen. In die zin is het Hoofdlijnadvies met zorg samengesteld. Het is helder en beknopt en biedt een goede kapstok voor dialoog. Uitgeverijen willen graag een bijdrage leveren aan het verder uitwerken en daarna implementeren van deze toekomstvisie. De GEU zal geen standpunten innemen over de inhoud van het onderwijs; dat is aan de scholen en de overheid. Wel ziet de GEU een aantal aandachtspunten bij de verdere uitwerking en implementatie van het Hoofdlijnadvies.

Een succesvolle implementatie vraagt in de eerste plaats een centrale rol voor de leraren. Zij moeten niet alleen goed weten wat er van hen verwacht wordt; ook zullen ze moreel en facilitair gezien goed ondersteund moeten worden. Goede geautomatiseerde hulpmiddelen, zoals digitale leermiddelen en andere leersystemen, kunnen een belangrijke rol spelen bij het effectueren van nieuwe didactische processen en het voor leraren hanteerbaar maken van differentiatie. Dergelijke hulpmiddelen komen het best tot hun recht wanneer ze goed ingebed zijn in de onderwijskundige visie, de competenties van leraren en de technische infrastructuur van de school. Zo’n integrale benadering vraagt samenwerking en co-creatie met alle betrokkenen; binnen en buiten de school.