Alle leerlingen op scholen in het primair en voortgezet onderwijs moeten in de toekomst een vaste basis meekrijgen van Nederlands, Engels, rekenvaardigheid, wiskunde maar ook digitale geletterdheid en burgerschap. Dit zogenoemde kerncurriculum omvat daarnaast kennis die leerlingen nodig hebben om de wereld te kunnen begrijpen en eraan bij te dragen. Dat adviseert het Platform Onderwijs2032 in haar eindadvies, dat 23 januari 2016 werd aangeboden aan staatssecretaris Dekker.

Het voorstel van het Platform is om kennis in drie leerdomeinen te clusteren: Mens & Maatschappij, Natuur & Technologie, Taal & Cultuur. Door de inhoud van vakken binnen die clusters in samenhang aan te bieden moeten leerlingen beter vakoverstijgend kunnen denken en werken.

In oktober 2015 presenteerde het Platform Onderwijs2032 al de hoofdlijnen van het advies. Dat leverde enkele aanscherpingen op. Zo is in het eindadvies benoemd dat een goede kennisbasis belangrijk is en dat deze diepgaand moet worden aangeleerd. Voor Engels geldt dat basisscholen een helder gedefinieerd eindniveau moeten realiseren maar zelf kunnen bepalen wanneer ze beginnen met Engelse les.

In haar reactie op de hoofdlijnen van het rapport heeft de GEU eerder aangegeven dat uitgeverijen graag een bijdrage willen leveren aan het verder uitwerken en implementeren van de toekomstvisie van het platform. De GEU zal geen standpunten innemen over de inhoud van het onderwijs; dat is aan de scholen en de overheid.

Wel heeft de GEU erop gewezen dat een succesvolle implementatie een centrale rol voor de leraren vereist. Zij moeten niet alleen goed weten wat er van hen verwacht wordt; ook zullen ze moreel en facilitair gezien goed ondersteund moeten worden. Goede geautomatiseerde hulpmiddelen, zoals digitale leermiddelen en andere leersystemen, kunnen een belangrijke rol spelen bij het effectueren van nieuwe didactische processen en differentiatie voor leraren hanteerbaar maken . Dergelijke hulpmiddelen komen het best tot hun recht wanneer ze goed ingebed zijn in de onderwijskundige visie, de competenties van leraren en de technische infrastructuur van de school. Zo’n integrale benadering vraagt samenwerking en co-creatie met alle betrokkenen; binnen en buiten de school.