De Tweede Kamer kijkt uiterst kritisch naar de toekenning van subsidies aan de Stichting Cito voor de pilot rond de diagnostische tussentijdse toets. Dat blijkt uit een verslag van de Tweede Kamer naar aanleiding van vragen van CDA-Kamerlid Michel Rog over het artikel Toets van 8 miljoen op de website van Didactief.

De ontwikkeling van de diagnostische tussentijdse toets vindt momenteel plaats als driejarige pilot, nadat een wettelijke verplichting voor de toets niet door de Tweede Kamer kwam. Veel Kamerleden staan afwijzend tegenover de toekenning van subsidies aan het pilottraject.

Zo kwalificeert Loes Ypma (PvdA) de toets als overbodig, en stelt zij voor om met de pilot te stoppen: “Mijn vraag aan de minister is of zij bereid is om de Kamer te informeren over de vraag of wij nog kunnen stoppen met de pilot. De tijd en het geld die hieraan worden besteed — 8 miljoen euro en heel veel uren in het onderwijs — kunnen we dan nuttig gaan besteden.”

Roelof Bisschop (SGP) deelt de mening van Ypma: “Regelmatig hebben wij contact met scholen, leerlingen, docenten en directies. In de afgelopen jaren ben ik nog nooit één school tegengekomen waar men, na de vraag welke perspectieven men ziet voor een diagnostische tussentijdse toets, hunkerende blikken in de ogen kreeg en zei: ja, daar zitten wij op te wachten. Integendeel. Men kreeg eerder een glazige blik in de ogen.”

Gelijk speelveld voor overige toetsaanbieders

Tijdens het Kamerdebat is aandacht gevraagd voor een gelijk speelveld voor toetsaanbieders, waarbij wordt voorkomen dat Cito in een voorrangspositie terecht komt. Eerder benadrukte de GEU al het belang van een gelijk speelveld rond de ontwikkeling van de toets, waardoor alle markpartijen binnen kwaliteitseisen een tussentijdse toets en bijpassende dienstverlening kunnen aanbieden aan scholen. Hierdoor ontstaat de gewenste keuzevrijheid voor scholen om voor een eigen (formatieve) toets te kiezen, die aansluit bij de visie en werkwijze van de school.