Staatssecretaris Dekker heeft draagvlak in de Tweede Kamer om de ontwerpfase 2032 in gang te zetten. Dat bleek op 9 maart in een debat over het eindadvies Ons Onderwijs 2032. Dekker trof een kritische oppositie die kanttekeningen plaatste bij het advies en de vervolgaanpak van de staatssecretaris.

De aanpak van Dekker bestaat eruit dat niet per vakgebied, onderwijssector of schoolsoort wordt vernieuwd, maar de herziening in samenhang zal plaatsvinden. Dit betekent dat niet gelijk zal worden begonnen met de vernieuwing van vakken of onderwijsdoelen. ‘Eerst zal moeten worden uitgewerkt hoe het totale curriculumbouwwerk eruit zal zien’, aldus Dekker. Om dit ontwerpproces te organiseren wordt een onafhankelijk 10-koppig ontwerpteam ingesteld, onder leiding van voormalig Hogeschool Utrecht-bestuursvoorzitter Geri Bonhof.

Dekker legde in de Kamer uit uitleg dat ‘er een enorm misverstand bestaat, namelijk dat de commissie-Schnabel zou hebben geadviseerd om de vakken maar af te schaffen. Daar is volgens mij geen sprake van. De commissie-Schnabel adviseert om bij het ontwikkelen van de vakken en de vakinhoud meer te letten op samenhang’. Hij noemde de huidige vernieuwing van het vmbo als voorbeeld voor de vervolgfase.

Het ontwerpteam krijgt van Dekker nadrukkelijk de opdracht mee om maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, lerarenopleidingen, het vervolgonderwijs en vele leraren en scholen in het vervolgproces – bijvoorbeeld in de leerlabs – te betrekken.

Zie ook: