De tussentijdse diagnostische toets (DTT) wordt niet verplicht in het voortgezet onderwijs. Dat stelde staatssecretaris Dekker gisteren tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer over de toets. In weerwil van het standpunt van een kritische oppositie, gaat het derde pilotjaar van de toets echter wel door en kreeg een oproep om te stoppen met de DTT geen meerderheid. Dekker deed wel nogmaals de toezegging dat met marktpartijen gesproken zal worden over het beschikbaar stellen van de opgedane ervaring rond de DTT.

In zijn brief, verzonden kort voor het overleg, gaf Dekker aan dat meer maatwerk, precieze leerontwikkeling, formatieve toetsing, betere feedback en meer differentiatie van belang zijn om het onderwijs in Nederland te kunnen verbeteren. De GEU staat volledig achter deze analyse. Daarbij is het ontzettend belangrijk om toetsen te hebben die flexibel inzetbaar zijn en zorgen voor maatwerk voor leerlingen. De vraag is echter of de DTT hier het meest geschikte instrument voor is.

De markt voorziet naar overtuiging van de GEU in een pluriform aanbod van oplossingen waarbij specifiekere feedback uit naar voren komt, die flexibeler inzetbaar zijn, in plaats van alleen eenmalig aan het eind van de onderbouw. Gepersonaliseerd leren vereist een doorlopende inzet van instrumenten, zodat bijgestuurd kan worden wanneer nodig, gedurende de hele schoolloopbaan.