Staatssecretaris Dekker heeft op 6 september 2016 zijn beleidsreactie op de vierjaarlijkse evaluatie van de Wet Gratis Schoolboeken (WGS) naar de Tweede Kamer gestuurd. Belangrijke conclusie is dat de totale kosten per leerling voor leermiddelen constant is gebleven. Het evaluatierapport van SEO Economisch Onderzoek en Oberon trekt daarnaast een aantal conclusies over het functioneren van de markt van leermiddelen, zowel aan de kant van de aanbieders als aan de kant van de scholen. De GEU is voorstander van een goed functionerende markt, met voldoende keuzevrijheid voor scholen en een optimale aansluiting tussen het aanbod en wat nodig is in de klas.

Risicovolle oorzaken van de stabilisatie van kosten

Er zit een schaduwzijde aan de stabiele totale kosten per leerling voor leermiddelen. Het evaluatierapport stelt namelijk dat de stabiliteit komt door gebruik van kleinere leermiddelenpakketten en verlengde afschrijvingstermijnen. Het eerste beperkt volgens de GEU de mogelijkheden tot differentiëren in de klas en het tweede punt remt de innovatie.

Differentiëren in de klas en innovatie wordt verder bedreigd door het hogere btw-tarief voor digitale leermiddelen en het feit dat scholen beperkte financiële ruimte hebben voor de aanschaf van devices voor digitale leermiddelen. In de praktijk, zo blijkt uit de evaluatie, gaat aanschaf van devices wel eens ten koste van budget voor leermiddelen. De GEU vindt devices geen leermiddel, maar een cruciaal onderdeel van de ict infrastructuur om digitaal leren mogelijk te maken. Daarom stelt de GEU dat het ict-budget aanschaf van devices mogelijk moet maken. Tevens pleit de GEU, net als het evaluatierapport, voor het gelijk trekken van de btw-tarieven voor digitaal en foliomateriaal. Dat scholen 21% btw op digitaal materiaal moeten betalen in plaats van de 6% die voor boeken geldt, drijft de kosten onnodig op.

WGS remt omslag naar digitaal

Wanneer scholen het lumpsumbedrag voor leermiddelen overschrijden, is dat met name om de omslag naar digitale leermiddelen te maken, zo stelt de staatssecretaris in zijn beleidsreactie. De GEU ziet ook dat de ambitie van scholen om steeds meer gebruik te gaan maken van digitale leermiddelen hogere investeringen vraagt. Daarvoor zijn drie redenen. Ten eerste vergen digitale leermiddelen hoge ontwikkelkosten, omdat ze – zoals scholen wensen – meer gepersonaliseerd werken en ze daardoor omvangrijker zijn dan een leermiddel dat maar één smaak kent. Ten tweede kennen digitale leermiddelen, zoals gezegd, een hoger btw tarief. Ten derde voeren scholen de overgang naar digitaal meestal stapsgewijs uit en worden digitale leermiddelen lang naast de bestaande folio materialen gebruikt. De ambitie van het onderwijsveld naar meer digitaal leren ziet de GEU onvoldoende vertaald in het huidige leermiddelenbudget in de lumpsum. Dit verhoogt de drempel voor scholen om hun onderwijs te digitaliseren en leerlingen aantrekkelijker en meer gedifferentieerd onderwijs te bieden.

Vrijheid binnen beperkte ruimte

De staatssecretaris neemt zich voor om het label van het lumpsumbedrag voor leermiddelen er af te halen. Dit geeft naar het idee van de GEU inderdaad het beoogde signaal aan scholen dat ze een eigen afweging kunnen maken in de uitgaven aan leermiddelen. Maar die maatregel neemt niet weg dat scholen een te beperkte financiële ruimte hebben om de beleidsambities naar meer digitaal leren daadwerkelijk waar te maken.