De markt voor leermiddelen in het po functioneert goed: het aanbod reageert op de vraag van het merendeel van de scholen en de markt van uitgevers is een concurrerende markt. Dit zijn twee belangrijke constateringen in het onderzoeks­rapport Kwaliteit, betrouwbaarheid of innovatie?. In dit rapport proberen de onderzoekers van SEO en Oberon in opdracht van het Doorbraakproject Onderwijs en ICT zicht te geven op de stand van zaken in de markt voor leermiddelen in het po. In het rapport lopen meningen van respondenten en conclusies van de onderzoekers wat door elkaar. Volgens de GEU wordt het beeld duidelijker door dit rapport in verband te brengen met de recent verschenen Leermiddelenmonitor van SLO en de recente Evaluatie Wet Gratis Schoolboeken (uitgevoerd door deels dezelfde onderzoekers in opdracht van staatssecretaris Dekker).

De markt voor leermiddelen functioneert goed

De onderzoekers stellen dat de markt van uitgeverijen “een concurrerende markt” is: uitgeverijen concurreren op basis van kwaliteit en reputatie en reageren op toetreders “door aan scholen aanvullende materialen aan te bieden”. De onderzoekers stellen verder dat methoden “niet te duur” zijn, dat er “geen signalen van structurele overwinsten” zijn, dat overstapdrempels beperkt zijn en dat “de diversiteit in aanbod van leermiddelen is toegenomen”. Naar ons idee zijn dat inderdaad bewijzen van een goed functionerende markt. De opmerking die de onderzoekers in hun tweede conclusie maken over een vermeende defensieve strategie van uitgeverijen strookt dan ook niet met hun bevindingen en de GEU herkent deze strategie niet.

Wat de toetreding betreft: er zijn steeds meer partijen actief geworden op de markt voor leermiddelen en dit zijn vooral aanbieders van digitale leermiddelen. Dit bevestigt de Evaluatie Wet Gratis Schoolboeken en blijkt ook uit het ledental van de GEU: dit is de afgelopen vier jaar met een kwart gegroeid naar 43 en die groei bestaat hoofdzakelijk uit aanbieders van digitale leermiddelen. In het digitale deel van de markt hebben scholen steeds meer te kiezen.

Scholen kunnen niet zonder basisvoorwaarden innoveren

Dat scholen belang hechten aan de kwaliteit en betrouwbaarheid die ze van leermiddelen gewend zijn, zien de onderzoekers als een belangrijke reden waarom innovatie slechts “stapsgewijs verloopt”. Het rapport suggereert dat innovatie ten koste moet gaan van kwaliteit en betrouwbaarheid. Volgens de GEU is dat een valse tegenstelling. Uitgeverijen proberen met hun digitale producten te innoveren met kwaliteit en betrouwbaarheid.

Het rapport mist in haar conclusies een belangrijke andere oorzaak waarom scholen weinig naar digitale leermiddelen vragen: er zijn nog onvoldoende devices om die middelen op scholen te gebruiken. Leraren en schoolleiders in het po willen in de eerste plaats “meer of vaker computers ter beschikking hebben” om vaker digitale leermiddelen te gaan gebruiken, zo signaleert de Leermiddelenmonitor. En juist het aanschaffen van devices (computers, tablets of laptops) is voor scholen een probleem. Uit de Evaluatie Wet Gratis Schoolboeken blijkt dat scholen zelfs bewust bezuinigen op leermiddelen “om devices te kunnen bekostigen”. Wij pleiten ervoor dat scholen meer financiële middelen krijgen om devices aan te schaffen.

De onderzoekers stellen terecht vast dat het hoge btw-tarief op digitale leermiddelen de innovatie nog verder belemmert. Wij delen hun aanbeveling: “de overheid zou dit btw-verschil moeten neutraliseren”. We pleiten er daarnaast voor dat de overheid scholen compenseert zolang niet alle leermiddelen het lage btw-tarief kennen.

Wellicht verklaart dit alles deels de “lage betalingsbereidheid voor aanvullend materiaal” die de onderzoekers bij scholen zien. In dat licht willen we benadrukken dat digitalisering van het onderwijs als investering zou moeten worden gezien en niet als kostenpost. Digitalisering maakt meer gepersonaliseerd, aantrekkelijker en actueler onderwijs mogelijk. Scholen met meer financiële ruimte kunnen kiezen voor innovatie mét kwaliteit en betrouwbaarheid.