Op 20 april vergaderde de Vaste Kamercommissie Onderwijs voor het eerst in een bijna geheel nieuwe samenstelling. Onderwerp: een eerder uitgesteld debat over het nieuwe curriculum (voorheen Onderwijs 2032). Een ruime meerderheid van de Kamer vindt een herziening nodig. De samenleving verandert en het is belangrijk dat het onderwijs daarop inspeelt. Zo moet er meer aandacht voor burgerschap en digitale vaardigheden komen. Ook vindt de Kamer dat de samenhang in het curriculum ontbreekt, onder andere wat de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs betreft. Bovendien is er sprake van overladenheid van het programma. Maar er moet wel focus worden aangebracht in datgene dat onmiddellijk op de schop gaat. Naast de eerdergenoemde aandacht voor burgerschap en digitale geletterdheid hebben de kernvakken (taal/Nederlands; rekenen/wiskunde en Engels) prioriteit. Opvallend is dat de Kamer een aantal moties heeft aangenomen waarin wordt gevraagd om in kerndoelen expliciet helder te maken wat leerlingen moeten kennen en kunnen, en dat voorkomen moet worden dat leerstijlen, pedagogische visies en leermethoden worden voorgeschreven. Bij de uitwerking van het plan van aanpak moeten de bestaande vakken en kennisgebieden als uitgangspunt dienen. Dit in tegenstelling tot de eerder voorgestelde aanpak van vakoverstijgende domeinen. Nog dit voorjaar komt de staatssecretaris met de vervolgaanpak. Naar het zich op dit moment laat aanzien gaat het zeker tot 2020 duren totdat de eerste nieuwe kerndoelen en eindtermen definitief worden vastgesteld. Over planning en aanpak is binnenkort een afspraak tussen  Ministerie, de zogenaamde Coördinatiegroep en GEU.