Publiek-private samenwerking is een van de belangrijke vormen waarin de GEU bijdraagt aan de ontwikkeling van het onderwijs. Op 31 mei organiseerde de GEU een themamiddag over dit onderwerp. Tijdens deze middag wisselde de GEU met de publieke partners ervaringen en wensen binnen de publiek-private samenwerking (pps) uit. Het is inmiddels een traditie dat de GEU dergelijke bijeenkomsten op een onderwijsinstelling organiseert en dit keer waren de GEU, haar leden en haar partners te gast op het Novum Gymnasium in Voorburg, onderdeel van Scholengroep Spinoza.

Stephan de Valk heet de aanwezigen welkom

Stephan de Valk, GEU-directeur, verwelkomt alle aanwezigen en in het bijzonder CITO B.V., aanbieder van toetsen voor het onderwijs, die precies op deze dag lid is geworden van de GEU. Met de komst van CITO vertegenwoordigt de GEU nu vrijwel volledig de brede groep private toetsaanbieders van Nederland. Tijdens de ledenvergadering voorafgaand aan deze themamiddag hebben de leden Jeroen Kuerble van Noordhoff Uitgevers benoemd als nieuwe voorzitter van de GEU. Nadat Jeroen zich kort heeft voorgesteld aan de aanwezigen, brengt Stephan snel het inhoudelijke programma van start: “Vandaag spreken we niet alleen in grote lijnen over het belang van samenwerking, maar duiken we ook in de praktische uitwerking ervan”.

Dat samenwerking voor de GEU belangrijk is toont Marchien van Doorn (Noordhoff Uitgevers), scheidend GEU-voorzitter, duidelijk aan. “Vroeger was uitgeven eenvoudiger: we maakten boeken en scholen namen die af. Digitalisering heeft echter veel complexe vraagstukken opgeworpen die geen van de spelers in de leermiddelenketen in zijn eentje kan oplossen”. Het GEU motto ‘samen werken voor onderwijs’ komt dan ook naar voren op verschillende gebieden: toegang, privacy en security en ook inhoudelijke vraagstukken. Zo komt leren en toetsen in de onderwijspraktijk steeds dichter bij elkaar en daardoor krijgen ook publieke en private partijen steeds meer met elkaar te maken. Tot slot komt pps ook tot uitdrukking in meer politieke aspecten als de btw op leermateriaal en de curriculumvernieuwing.

Tonny Plas en León van Es over de praktijk van privacy

Tonny Plas (adviseur privacy en informatiebeveiliging) en León van Es (Scholengroep Spinoza) duiken vervolgens de praktijk in. Zij hebben bij Scholengroep Spinoza de organisatie van privacy en informatiebeveiliging geprofessionaliseerd. Natuurlijk speelde de komst van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) hier een rol in, maar het project kende een vliegende start dankzij een beveiligingsincident op een van de scholen binnen de groep. Het project kende drie hoofdlijnen: organiseren, realiseren en communiceren. Binnen alle drie die lijnen was onderling overleg cruciaal voor het succes. “De AVG is een formeel verhaal, maar door te overleggen met elkaar kun je het praktisch houden”, aldus León. De uitgebreide risicoanalyses die de AVG voorschrijft hebben bij medewerkers enorm bijgedragen aan bewustwording van het eigen gedrag en dat is goed, want dit vermindert de zwakte van de menselijke schakel. Tonny benoemt de uitdagingen die ze hebben gehad om de enorm verschillende verwerkersovereenkomsten van leveranciers goed juridisch te beoordelen. Niet alle leveranciers van een school werken immers conform het Privacyconvenant Onderwijs. Onderhandelen over voorwaarden is onmogelijk bij de grote internationale partijen als Google. Vanuit het publiek bevestigt Maurits Huigsloot (PO-raad) dat men vanuit de Edu-K werkgroep Privacy nog geen speciale afspraken voor de Nederlandse onderwijsmarkt heeft kunnen krijgen met deze partijen. Paul Gillijns, namens de GEU vertegenwoordigd in deze werkgroep, vult nog aan: ‘’We vinden het belangrijk dat op het gebied van privacy niet alleen nationale partijen zoals GEU-leden, maar ook globale partijen zich onverkort aan de afspraken houden’’.

De aanwezigen luisteren aandachtig naar Harold Rimmelzwaan

Binnen Edu-K werken partijen ook samen op een heel ander thema: een soepele toegang tot digitale leermiddelen. Harold Rimmelzwaan is ketenregisseur van het programma Start schooljaar en praat de aanwezigen bij over de stand van zaken. Het programma heeft tot doel de toegang tot digitaal leermateriaal vlekkeloos te laten verlopen aan het begin van het schooljaar. Dat is niet vanzelfsprekend, gezien de grote hoeveelheid verstoringen die er plaatsvond in vo en mbo aan het begin van schooljaar 2017/2018. “Daar heeft iedereen pijn in de buik van gehad”, aldus Harold. Vervolgens legt hij uit dat toegang tot digitaal leermateriaal een complex thema is. Het raakt namelijk de gehele keten vanaf het moment van bestellen tot het daadwerkelijk voor het eerst gaan gebruiken van het digitale leermiddel. Bij dit proces zijn 28 partijen betrokken, die allemaal meedoen in het programma. Hun ambitie is om komend schooljaar minimaal 98,5% van de leerlingen zonder problemen hun leermiddelen te laten activeren bij het eerste gebruik en dat er adequate ondersteuning is voor die 1,5% van de gevallen waarin het niet vanzelf gaat. Dit is een zeer hoge ambitie, maar die is volgens Harold nodig om mensen te activeren. Als ketenregisseur heeft hij geen formele macht, maar dat is geen gemis. “In de keten samenwerken heeft alles te maken met vertrouwen”. Voor succesvolle ketensamenwerking is meer nodig dan vertrouwen en een gemeenschappelijk doel. Een brede samenstelling van de groep partners is belangrijk en tevens een ketenregisseur die boven de partijen staat, transparant werkt en slimme interventies doet.

Er wordt flink nagepraat

Als laatste sprekers van de middag gaan Anneke Blok (voorzitter raad van bestuur Cito) en Saskia Wools (manager Citolab) in op hoe publiek-private samenwerking de onderwijstoetsen van de toekomst kan vormgeven. Anneke schetst de ontwikkeling die Cito heeft doorgemaakt sinds haar oprichting 50 jaar geleden en de keuzes die in de afgelopen twee jaar zijn gemaakt. Het adagium ‘gelijke kansen voor alle leerlingen’ is daarbij nog altijd actueel. Cito heeft een wettelijke taak, zoals de centrale examens in het vo. Daarvan losgekoppeld staan de maatschappelijke marktactiviteiten van toetsuitgever Cito B.V. Cito ziet daarnaast als publieke taak om de kennis die zij heeft opgebouwd nog actiever te delen. Via Onderzoek, Kennis & Innovatie (OK&I) vinden ervaringen uit de publieke taken van Cito en kennis opgedaan uit toegepast wetenschappelijk onderzoek hun weg naar het onderwijs en de markt. En zo wil Cito bijdragen aan krachtig onderwijs. Het Citolab is één van de manieren waarop dat gebeurt. Het Citolab buigt zich – binnen thema’s die met stakeholders zijn bepaald – over vragen vanuit scholen en trends op het gebied van toetsen. Daar ontwikkelt Citolab prototypes voor, zoals het kunnen meten van merkbare vaardigheden van leerlingen, of prototypes zoals Beeldverhaal of RijmKonijn, innovatieve apps voor het toetsen van spreekvaardigheid en geletterdheid. Deze toepassingen worden in nauwe samenwerking met scholen ontwikkeld. Die samenwerking is volgens Saskia het uitgangspunt: “Waar mogelijk bundelen we onze krachten met diverse partijen die zich bezighouden met het onderwijs”. Het palet aan partners is divers, van universiteiten, sectorraden en onderwijsinstellingen tot softwareontwikkelaars, onderwijsprofessionals en toetsontwikkelaars en -uitgevers.