In Nederlandse schoolboeken komen minder vrouwelijke dan mannelijke personages voor, en ook relatief weinig personages met een niet-Westerse achtergrond. Dit blijkt uit onderzoek dat Judi Mesman, hoogleraar Interdisciplinary study of societal challenges aan de Universiteit Leiden, gisteren naar buiten bracht. In haar onderzoek zijn 33 schoolboeken voor de vakken Nederlands en Wiskunde tegen het licht gehouden.

Overduidelijke stereotypen waren zeldzaam, zo bleek. ‘We zagen vooral impliciete en subtiele ondervertegenwoordiging en stereotypering’, aldus Mesman. Uitgeverijen zijn zich bewust dat stereotypering op de loer ligt, en proberen die te vermijden. Verschillende uitgeverijen hebben daarom aan het onderzoek meegewerkt. ‘Omdat zij benieuwd waren naar de resultaten’, meldt directeur Stephan de Valk van de GEU.

‘Het beeld dat uit onze leermiddelen naar voren komt, moet voor de kinderen herkenbaar zijn en aanspreken. We zijn daarom altijd aan het bijsturen. Kinderen moeten zich thuisvoelen in de teksten, dan zijn ze gemotiveerder en leren ze beter’, stelt John Nouwens, directeur basisonderwijs bij Malmberg.

Een van de conclusies uit het onderzoek is dat er in beeldgebruik veel meer niet-Westerse personages zichtbaar waren dan in de tekst; 16% tegen 9% (volgens het CBS is 13,4% van de bevolking van niet-Westerse afkomst). Dit verschil tussen beeld en tekst is een van de concrete aanknopingspunten voor verbetering die De Valk in het onderzoek ziet. Uitgeverijen die lid zijn van de GEU hebben aangegeven de resultaten van het onderzoek te gaan bespreken met hun auteurs. ‘In de toekomst kan dan de in de rapporten genoemde onbewuste stereotypering vermeden worden’, aldus De Valk.