Op 8 juni organiseerde de GEU een conferentie over toetsen. De toenemende belangstelling voor gepersonaliseerd leren, formatieve evaluatie en adaptieve leersystemen brengt de vraag naar boven welke rol daarin voor toetsen is weggelegd. Tijdens de GEU conferentie Toetsen gingen experts en eindverantwoordelijken vanuit beleid en van expertisecentra uit po, vo en mbo en aanbieders van leermiddelen en toetsen hierover met elkaar in gesprek. Stephan de Valk, directeur van de GEU, ontving de gasten en sprekers in de François Vatelschool in Den Haag.

Keynote-spreker Roger Standaert (oud-docent vergelijkende en internationale pedagogiek aan de Universiteit van Gent en auteur van het boek ‘De becijferde school. Meetcultus en meetcultuur’) deed een pleidooi om toetsen weer dienaar te maken van de leraar. De toetsen hebben volgens hem nu een te sturende rol in het Nederlandse onderwijsbestel: door de opkomst van psychometrie en behaviorisme in de jaren ’60 is in ons land een toetscultuur en toetssystematiek ontstaan met een te groot geloof in exactheid. Deze houding noemde hij niet alleen wetenschappelijke hoogmoed, maar Freud parafraserend zelfs bètanijd: “de menswetenschappen doen de natuurwetenschappen na en suggereren onterecht dat alles meetbaar is”. Met als gevolg een beperkte diversiteit in de vormen van toetsing die het onderwijs gebruikt. “En hoe strikter de toetsen, hoe lager de status van de leraar”. De professional moet dan ook zijn centrale plek “kort op de bal” weer in kunnen nemen, met toetsen als dienend instrument. Toetsresultaten worden dan een second opinion voor zelfevaluatie door leraren en centrale inspectie op kwaliteit moet maatwerk zijn.

De ouddocent signaleerde een “schaarstebenadering” in het initiële leren die haaks staat op het adagium van levenslang leren. Leerlingen zouden niet beoordeeld moeten worden op hun prestaties ten opzichte van die van anderen (met de normaalverdeling als basis), maar met hun eigen prestaties uit het verleden. “Dan volgt onderwijs een procesbenadering waarbij groei en ontwikkeling centraal staat”.

Workshop Deviant

Omdat “doelen chronologisch voor het meten liggen” vraagt dit om heldere minimumdoelstellingen als basis voor scholen om vanuit te differentiëren. Een breed maatschappelijk debat moet aan de basis staan van deze minimumdoelen, want “pedagogiek is immers een synthese van alles wat belangrijk is. Ideologie is welkom in die discussie, want onderwijs is per definitie waardegericht”. De ouddocent riep op tot durf om deze discussie te voeren en om in het huidige onderwijssysteem openingen te zoeken voor verandering.

Na deze plenaire lezing konden de deelnemers tweemaal in tien parallelle workshops met elkaar het gesprek aangaan aan de hand van de innovatieve toetspraktijk: concrete voorbeelden van hoe toetsen op een nieuwe manier ingezet kan worden om het onderwijs te verbeteren. Gepersonaliseerd leren en formatieve evaluatie waren daarin centrale begrippen. De workshops werden verzorgd door het netwerk Zo.Leer.Ik, stichting LeerKRACHT, SLO en uitgeverijen en toetsontwikkelaars AMN, Bureau ICE, Deviant, Diataal, ThiemeMeulenhoff en Noordhoff Uitgevers.

Panel onder leiding van Stephan de Valk

Na de workshops sloot het inhoudelijke deel van de conferentie af met een panelgesprek tussen Anneke Blok (Cito), Pieter Hendrikse (CvTE), Sanne Tromp (SLO) en keynote-spreker Roger Standaert. In dit gesprek bleek onder meer eensgezindheid over het belang van eigenaarschap van leraren ten aanzien van toetsen en de noodzaak van heldere minimumdoelen ter vervanging van het huidige complexe geheel aan kerndoelen, eindtermen en referentieniveaus.