De herziening van het onderwijscurriculum voor het po en vo is een grote ontwikkeling die veel impact op het onderwijs zal gaan hebben. Het raakt niet alleen scholen, leraren en leerlingen, maar ook vele anderen, waaronder ook de uitgeverijen en toetsontwikkelaars. Op een van de laatste dagen van het jaar organiseerde de GEU daarom een mini-conferentie over dit thema. Hier ontmoetten allerlei betrokkenen van publieke en private partijen elkaar om vraagstukken te bespreken die een rol spelen bij Curriculum.nu, het project van de curriculumvernieuwing.

In het openingswoord gaf Stephan de Valk, directeur van de GEU, duidelijk aan dat uitgeverijen zich niet willen bemoeien met de inhoud van het curriculum; dat is aan de scholen en de politiek. Om de nieuwe curriculuminhoud op tijd te kunnen ondersteunen met leermiddelen en toetsen die daar op aansluiten, zijn uitgeverijen wel betrokken bij het proces. Vanzelfsprekend zijn nieuwe toetsen en leermiddelen alleen op tijd beschikbaar als de inhoud van het nieuwe curriculum ruim voor de invoering duidelijk is. Daarnaast moeten de kerndoelen en eindtermen specifiek genoeg worden gedefinieerd dat de leermiddelen er op gebaseerd kunnen worden en tegelijkertijd niet zo gedetailleerd zijn dat het de pluriformiteit in het leermiddelenaanbod bedreigt.

Theo Douma, voorzitter van de coördinatiegroep Curriculum.nu, gaf aan dat zij nadrukkelijk die balans opzoeken tussen specifiek genoeg en niet te gedetailleerd, of in zijn woorden: “We ontwikkelen het Wat en niet het Hoe. Dus didactiek, het hoe, blijft buiten de discussie, dat is aan de school”.  Ontwikkelteams van mensen uit het onderwijs werken negen leergebieden uit, in samenwerking met zogeheten ontwikkelscholen, wetenschappers en heel veel docenten. Theo benadrukte dat het ontwikkelen van een nieuw curriculum een zeer dynamisch proces is. De verwachting is dat medio 2019 de bouwstenen van het nieuwe curriculum zodanig helder zijn dat de minister ze kan voorleggen aan de Tweede Kamer. Daarop volgt de vertaling van die bouwstenen naar kerndoelen en dat proces zal ook nog de nodige tijd vergen. Daarna kan de Kamer zich er opnieuw over uitspreken.

Deze lange periode hoeven we niet stil te zitten, zoveel maakte Anko van Hoepen, vicevoorzitter van de PO-raad, duidelijk. “Laten we dit vacuüm gebruiken om het onderwijs beter te maken”. Hij stelt dat Curriculum.nu geen gewone update is. De ambitie is nadrukkelijk om de overladenheid van het curriculum te verminderen, de samenhang te vergroten, de balans met de onderwijsdoelen te verbeteren en meer keuzevrijheid te creëren voor scholen. De onderwijskwaliteit profiteert van Curriculum.nu als we dit moment aangrijpen om het curriculumbewustzijn bij leraren te vergroten. Dan is het “een kantelpunt in de sector”. Het vertrekpunt van curriculumbewustzijn is de vraag: Waarom doe je het?, gevolgd door de vragen: Doe je de goede dingen en doe je ze ook goed? De weg naar een cultuur van verantwoordelijkheid vraagt ook dat je een beetje onzekerheid accepteert. Tot slot stelde Anko dat curriculumbewustzijn samen moet gaan met heldere leerdoelen, professionalisering van leraren en inzicht in beschikbaar materiaal met metadatering die laat zien hoe dat is opgebouwd.

De vraag hoe je tot die heldere leerdoelen komt, stond centraal in de presentatie van Sanne Tromp, directeur innovatie van SLO. “Het vertalen van de bouwstenen naar kerndoelen is een grote klus”, maakte Sanne de verwachtingen al meteen helder. Het begint er al mee dat er nieuwe inhoud aan het curriculum wordt toegevoegd, denk bijvoorbeeld aan digitale vaardigheden of wereldburgerschap. Behandel je deze thema’s als apart leergebied of verweef je die, zoals SLO voorstaat, in de rest of laat je deze keuze over aan de school? Een ander vraagstuk is hoe je tot heldere kerndoelen komt. Want wanneer is een kerndoel helder? In elk geval is wel duidelijk dat “niet alles dichtgetimmerd moet zijn, maar het moet ook niet vaag zijn”. De oplossing zit in een zelfopgelegde beperking om maar 70% van het curriculum in deze kerndoelen te willen vatten. De invulling van de rest is dan aan de scholen. Het precieze eindresultaat zal gaandeweg duidelijk worden dankzij de cocreatie met leraren, schoolleiders en uitgevers. Of zoals Sanne het samenvatte: “Waarom moeilijk doen als het ook samen kan”.

Na deze plenaire presentaties verdeelden de bijna 70 aanwezigen zich over vier informele gesprekken, voor meer verdieping en interactie. Ingrid Brummelman, directeur Curriculum.nu leidde een van die gesprekken. Ingrid gaf een verdere toelichting op hoe het proces verloopt: de ontwikkelteams van leraren en schoolleiders werken in rondes aan het vertalen van visie naar ‘grote opdrachten’ naar benodigde kennis en vaardigheden. Op 11 januari staat het resultaat van de recente ronde online en worden vakverenigingen, uitgeverijen, leerlingen en wetenschappers aangemoedigd om feedback te geven. Het thema overladenheid is wel een belangrijke onzekerheid, blijkt uit de vragen tijdens dit gesprek. Hoe beperk je jezelf tot 70% van het curriculum? Ingrid heeft vertrouwen dat dit kan: “het zou moeten gebeuren en het moet ook kunnen, zodat scholen helder hebben wat de kern is en ook ruimte hebben om het curriculum verder in te vullen op een manier die past bij hun leerlingen en visie”. Een van de aanwezige uitgeverijen bevestigt dat het haalbaar lijkt, gebaseerd op hun ervaringen bij het – anticiperend op curriculum.nu – aanpassen van enkele van hun leermiddelen. Uit de discussie komt vervolgens nadrukkelijk de rol van de politiek naar voren. Zij hebben een rol in de overladenheid die men nu probeert terug te dringen. “Het nieuwe curriculum is een integraal bouwwerk waar je niet zomaar iets uit moet halen of in moet stoppen”, waarschuwt Ingrid.

De vertaling van het nieuwe curriculum naar leermiddelen en toetsen zal nog het nodige vergen. Gelukkig is innovatie van leermiddelen de uitgeverijen niet vreemd. In het laatste onderdeel van het programma, vertellen Blink, Cito B.V., Diataal, Malmberg, Noordhoff Uitgevers, ThiemeMeulenhoff, VO-Digitaal en Zwijsen in parallelle presentaties iets over hun visie op thema’s als monitoren, gepersonaliseerd leren, formatief evalueren, variëren en werken op basis van leerdoelen. Ook laten ze zien hoe die visie zich in hun concrete producten vertaalt en zo geven ze de aanwezigen een indruk van de pluriformiteit van de branche.

Fotoverslag